Interne fraude onderzoeken: van vermoeden naar feiten

Een intern fraudeonderzoek werkt het best wanneer het probleem eerst wordt afgebakend en pas daarna onderzoeksmiddelen worden gekozen. Zo voorkomt u dat een organisatie breed persoonsgegevens verzamelt zonder duidelijke richting.

1. Incident definiëren

Wat ontbreekt, welke transactie wijkt af of welke regel lijkt te zijn geschonden?

2. Beschikbare feiten veiligstellen

Relevante administratie, logbestanden en bestaande gegevens kunnen belangrijk zijn. Behoud integriteit en leg vast waar informatie vandaan komt.

3. Hypothesen maken

Denk niet alleen aan opzet. Fouten, procesproblemen en externe oorzaken kunnen dezelfde signalen veroorzaken.

4. Gericht onderzoek

Kies alleen methoden die iets noodzakelijks toevoegen aan de onderzoeksvraag.

5. Hoor en wederhoor waar passend

Afhankelijk van de zaak kan een reactie van betrokkenen essentieel zijn om bevindingen correct te duiden.

6. Feitelijke rapportage

Maak zichtbaar wat vaststaat, wat aannemelijk is en wat niet kon worden vastgesteld.

Vermoedt u fraude?

We scheiden eerst feiten van vermoedens en bespreken welke vervolgstap logisch is.

Niet ieder onderzoek is zinvol.

Daarom bespreken wij vooraf eerlijk wat de mogelijkheden zijn.